Wij doen elke dag ons uiterste best om de zorg zo veilig mogelijk te laten verlopen. Als patiënt kan je ook zelf een handje helpen om jouw zorg zo veilig mogelijk te laten verlopen.
Wil je graag iets melden omtrent patiëntveiligheid, dan kan dit via dit formulier.
Handhygiëne
Ziektekiemen, micro-organismen of ook microben genoemd, vind je overal. Telkens wanneer we een voorwerp aanraken, komen er micro-organismen op onze handen terecht. Ze bevinden zich in, op en rondom ons. Een groot aantal ervan is ongevaarlijk en zelfs goed voor onze gezondheid! Maar er zijn ook micro-organismen die onze gezondheid kunnen schaden. Onzuivere handen kunnen veel ziektekiemen meedragen en ziekten van de ene op de andere persoon overbrengen. Het goede nieuws is dat deze ziektekiemen gemakkelijk verwijderd kunnen worden door een goede handhygiëne toe te passen. Zorgverleners, patiënten, familieleden en bezoekers hebben allen een belangrijke rol in het vermijden van infecties. Alles begint bij propere handen!
Op regelmatige basis worden interne toetsingen uitgevoerd door het team ziekenhuishygiëne om na te gaan of alle zorgverleners aan de eisen voor een correcte handhygiëne voldoen. Naast onze interne toetsingen worden wij jaarlijks getoetst door het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van de Zorg. Onze resultaten vind je hier terug.
Wat kan jij doen?
- In het ziekenhuis dien je vaak handhygiëne toe te passen, bijvoorbeeld:
- na een toiletbezoek
- vóór en na een maaltijd
- na het hoesten, niezen of snuiten
- alvorens medicatie in te nemen, oogdruppels toe te dienen of een inhalator te gebruiken
- bij het betreden of verlaten van een kamer
- Bezoekers in het bijzonder moeten handhygiëne toepassen alvorens je te helpen bij het eten of voor en na je te hebben geholpen bij lichaamszorg.
- Zorgverleners hebben begrip wanneer je hen eraan herinnert dat ze de handen moeten ontsmetten omdat ze weten hoe belangrijk zuivere handen zijn voor veilige zorg.
Bron: hygiene-brochure-nationale-campagne2020-2021_1.pdf (belgium.be)
Identificatie
Het is belangrijk dat onze medewerkers weten wie je bent. Elke patiënt die binnenkomt in AZ Oudenaarde krijgt een identificatiebandje rond de pols. Op dit bandje staan steeds de voornaam, naam en geboortedatum.
Tijdens het zorgproces zullen jouw naam, voornaam en geboortedatum verschillende keren bevraagd worden. Dit doen we om er zeker van te zijn dat er geen vergissingen gebeuren tijdens het toedienen van bijvoorbeeld medicatie.
Op regelmatige basis worden ook interne toetsingen uitgevoerd om na te gaan of alle patiënten een identificatiebandje dragen en of de identiteit van de patiënt geregeld wordt gecontroleerd. Naast onze interne toetsingen worden wij jaarlijks getoetst door het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van de Zorg. Onze resultaten vind je hier terug.
Wat kan jij doen?
- Controleer bij het aanbrengen van het identificatiebandje samen met de hulpverlener of de gegevens op het bandje correct zijn.
- Draag altijd jouw identificatiebandje.
- Indien de gegevens op het bandje niet meer leesbaar zijn, verwittig een van onze medewerkers. We bezorgen jou een nieuw bandje.
- Zeg jouw naam en geboortedatum aan elke zorgverlener.
Valpreventie
Ongeveer 30% van de 65-plussers valt minstens eenmaal per jaar. Bij de 80-jarigen verhoogt dit percentage zelfs tot 50%. Zowel persoons- als omgevingsgebonden factoren kunnen aan de basis liggen van een val. Het is belangrijk om al deze factoren samen aan te pakken en zo de kans op valpartijen te verminderen. In deze brochure vind je meer informatie.
Op regelmatige basis worden interne toetsingen uitgevoerd om na te gaan of er voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor het beperken van valincidenten.
Jaarlijks nemen wij ook deel aan de Week van de Valpreventie om dit onderwerp extra in de verf te zetten.
Wat kan jij doen?
- Beweeg voldoende, vermijd bruuske bewegingen, eet voldoende.
- Zorg voor een veilige omgeving: leg kabels aan de kant, zorg voor voldoende verlichting, loop niet op natte vloeren, plaats het bed in de laagste stand…
- Draag goed schoeisel.
Meer informatie vind je op Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (valpreventie.be)
Fixatiearm beleid
Elke hospitalisatie kan bij kwetsbare patiënten aanleiding geven tot verwarring en onrust. Daarom willen wij deze patiënten zo goed mogelijk helpen en beschermen tegen mogelijke gevaren. Soms is het nodig om gebruik te maken van vrijheidsbeperkende maatregelen of fysieke fixatie.
- Fysieke fixatie wordt meestal gedefinieerd als: ‘elke handelingsmethode, materiaal of uitrusting aan of in de buurt van het lichaam van een persoon met de opzettelijke bedoeling dat de persoon deze niet kan verwijderen en die de bewegingsvrijheid beperkt’.
Binnen AZ Oudenaarde staan wij voor een fixatie-arm beleid. Indien toch fixatie nodig is, gebeurt dit pas nadat mogelijke alternatieven onderzocht worden en enkel na overleg met en toestemming van de patiënt en/of familie. De enige redenen om gebruik te maken van vrijheidsbeperkende maatregelen zijn:
- Bij ernstige en acuut optredende problemen waarbij de patiënt of anderen in gevaar zijn.
- Het risico op onderbreking van levensnoodzakelijke therapie.
- Als alle mogelijke alternatieven onvoldoende blijken te zijn of falen.
Alvorens over te gaan tot fixatie worden eerst alternatieven overwogen. De beslissing tot gebruik van fixatie gebeurt in overleg met de patiënt en/of familie. Tevens wordt aan de patiënt en/of familie gevraagd om het toestemmingsformulier of weigering tot fixatie te ondertekenen. De vrijheidsbeperking moet zo kort mogelijk zijn; de nood wordt dan ook regelmatig geëvalueerd.
Meer informatie vind je in onze patiëntenbrochure (762.68 KB) "pdf". Deze brochure wordt eveneens bezorgd aan de familie.
Afzondering
Afzonderen is het verschaffen van een minimaal gestructureerd verblijf waarin de patiënt vrij kan bewegen met een minimum aan gevaar voor zichzelf en/of anderen. De afzondering van de patiënt moet bijdragen tot het vrijwaren van de fysische en psychische integriteit.
Indicaties:
- Destructief gedrag:
- Agressie naar voorwerpen, naar anderen of de omgeving en/of naar zichzelf (automutilatie)
- Suïcidepoging
- Gedesoriënteerd gedrag:
- Intoxicatie van middelen of alcohol
- Agitatie
Niet elke patiënt wordt bij het vaststellen van gedesoriënteerd gedrag systematisch afgezonderd. Dit wordt enkel gedaan wanneer de patiënt een gevaar vormt voor zichzelf, anderen of de omgeving.
In het geval van afzonderen wordt de patiënt elke 15 minuten gecontroleerd en wordt de toestand genoteerd op het controleblad van het afzonderingsformulier. Indien een contactpersoon van de patiënt gekend is, wordt deze verwittigd. Ook de vertrouwenspersoon wordt verwittigd (tijdens de kantooruren).
Dwangmedicatie
Met dwangmedicatie bedoelen we het toedienen van medicatie (vb. kalmeringsmiddelen) aan een persoon die in staat is zijn toestemming te geven maar dit weigert, of aan een persoon die niet in staat is toe te stemmen, maar die zich tegen het toedienen verzet.
Op vraag van de verpleegkundige of de arts kan dwangmedicatie worden toegediend. Het is de behandelende arts die de medicatie voorschrijft. Na toedienen van medicatie wordt de patiënt geobserveerd door de verpleegkundige, waarna de medicatie al dan niet aangepast wordt. De toediening van de medicatie wordt genoteerd in het patiëntendossier, waarna ook de familie wordt ingelicht.